ADF stichting
ADF
 
Soorten angsstoornissen

Doe de angsttest!


Bij de één kan de angst zich weer in een heel andere vorm voordoen dan bij de ander. Vandaar dat bepaalde soort angsten zijn ingedeeld in categorieën. Zo zijn er groepen mensen met een sociale angst, met een paniekstoornis enz.
Maar ook bij mensen die in zo’n bepaalde categoriegroep vallen, zoals bijvoorbeeld de sociale fobie, kan de angst zich op heel verschillende manieren voordoen. Zo is de één bang om de telefoon op te nemen, maar durft wel naar f feestjes te gaan; de ander durft geen vergaderingen bij te wonen, maar voor hem of haar is de telefoon opnemen geen enkel probleem
 

Sociale fobie

Er zijn verschillende vormen van sociale fobie. In feite ben je bang dat mensen je afwijzen. Je bent angstig voor mogelijke kritiek, voor pesten en uitlachen.
Hierdoor voel je je erg onzeker tijdens sociale contacten of gebeurtenissen, zoals feestjes, vergaderingen en soms telefoneren of boodschappen doen.
Je bent heel angstig voor een negatieve beoordeling en je hebt het idee dat mensen voortdurend op je letten. Om de spanning te verminderen ga je vaak sociale situaties uit de weg waardoor de angst in stand gehouden wordt en er vereenzaming kan optreden.
Naast algemene sociale fobie zijn er bepaalde vormen zoals bloosangst, trilangst, plasangst en (angst om te) stotteren.
Lichamelijke verschijnselen bij een sociale fobie kunnen zijn:
 blozen, trillen (handen), droge keel, zweten, spiertrekkingen, hartkloppingen.

Meer info over sociale fobie?
U kunt meer lezen over de oorzaken, symptomen en behandeling van sociale fobie in het
boek: leven met een sociale fobie door Joke Kragten. In het boek staan ook tips en enkele zelfhulpoefeningen. Het boek kunt u desgewenst ook bestellen bij de ADF stichting. 

Martien, 51 jaar:
Op mijn werk, een documentatiecentrum, zag ik een boek over angsten. Ik vond mezelf 'mensenschuw'. Ik had angst voor contact, was bang veroordeeld te worden. Ik wil niet vertellen hoeveel ellende het me bracht. Toch bleef ik op één of andere manier leven. Wat mij teisterde, snapte ik niet. Tot dat boek. Direct bij de eerste alinea dacht ik: dit gaat over mij. Ik ben geen beller, maar pakte de telefoon. Ik vroeg of de ADF-stichting iets wist over sociale fobie. Wat ik kreeg toegestuurd, was een bron van informatie. Ik wilde precies weten wat ik had, hoe het zat, hoe het werkte. Met hulp van de ADF-stichting kwam ik aan meer literatuur. Verschijnt er iets nieuws, dan hoor ik dat. Laatst was de ADF-stichting op de radio met een interview. Dat nam ik op. Niets wil ik missen. Via het lotgenotencontact ging ik in groepstherapie en ontdekte ik een andere manier van denken. Ik ben positief. Ik leef bij de dag
 



Paniekstoornis

 Een paniekstoornis wordt nog wel eens verward met hyperventilatie. Paniek is een plotselinge hevige schrik, die zich ineens voordoet en gepaard gaat met angstaanjagende lichamelijke verschijnselen.
 Tijdens een aanval kun je last hebben van een verhoogd hartritme, transpiratie, ademhalingsproblemen, misselijkheid of duizeligheid en koude rillingen. Je bent bang dat je dood gaat of gek wordt.
In veel gevallen komt het voor dat je een angst ontwikkelt omdat je vreest opnieuw een paniekaanval te krijgen. Hierdoor kun je bepaalde situaties gaan vermijden. Uiteindelijk kan er dan agorafobie of pleinvrees ontstaan.
Een paniekstoornis doet zich vooral voor tussen het 25e en 30e jaar

Meer info over paniekstoornis (met of zonder straatvrees)
U kunt meer lezen over de oorzaken, symptomen en behandeling van paniekstoornis in het
boek: ‘leven met een paniekstoornis van Fred Sterk en Sjoerd Swaen.’ In het boek staan ook zelfhulptechnieken beschreven. Het boek kunt u desgewenst ook bestellen bij de ADF stichting.


Ingrid, 28 jaar:
Ik weet nog precies wanneer ik belde. Een druilerige maandag in november, klokslag negen uur. Het nummer had ik de avond tevoren gekregen van een nichtje dat naar een lezing van de ADF-stichting was geweest. Zij wist dat wij uitgeput waren. Mijn vriend heette ‘opgegeven’ te zijn. Vijf jaar geleden was het begonnen. Tijdens de vakantie. Hij had het heel druk gehad. Maar na drie dagen rust op de camping stortte hij in. We dachten dat hij dood ging. In het ziekenhuis vonden ze niets. Dus werd hij opgenomen in een psychiatrisch centrum. De ene behandeling na de andere. Niets hielp. Mijn vriend durfde niks meer. Hij ging het huis niet meer uit, wilde mij voortdurend om zich heen, was gaan drinken. Tijdens dat eerste gesprek met de ADF-stichting op die maandagmorgen ontdekte ik wat echt luisteren is. Alle ellende jankte ik eruit. De volgende dagen belde ik terug. Telkens ontdekte ik nieuwe dingen die ik wilde weten. Het was of mijn vriend weer mens werd. De week erop pakte hij zélf de telefoon. En net als ik raakte hij niet uitgepraat. Zijn ‘afwijking’ had een naam. We zijn lid geworden van de ADF-stichting. Zo vonden we een behandelaar die de juiste diagnose stelde en aan de slag ging. Het was afzien voor mijn vriend. Hij moest veel afleren en net zoveel aanleren. Maar het gaat steeds beter: hij komt eruit. Hij pakt oude hobby’s op, gaat weer naar vrienden, zoekt werk. Toch grijpt de paniek hem nog wel eens. Soms wordt het ook mij te veel. Dan bel ik de ADF-stichting. Nooit krijg ik het idee dat ik lastig ben. Ze kennen me. Ik hoef niks uit te leggen. Een weldaad na vijf jaar onbegrip.


Straatvrees (agorafobie)

 Je bent bang om een vertrouwde en veilige omgeving te verlaten. Je bent bang voor situaties die je niet kan ontvluchten, zoals bijvoorbeeld een plein, een rij of andere drukke plaatsen. Je vreest in deze omstandigheden de controle over jezelf te verliezen en je bent bang om dood te gaan. Ook reizen (bijvoorbeeld met trein of bus) kan heel angstig zijn.
Heb je last van lichte angstklachten dan ervaar je wel onrust, maar je durft nog wel in openbare gelegenheden te komen. In ernstige gevallen trekt de patiënt zich terug op een plaats die hij als vertrouwd of veilig beschouwt en mijdt zoveel mogelijk het contact met anderen. Dit kan soms jaren duren en leiden tot een ernstig sociaal isolement.

Als je paniekaanvallen hebt (gehad), kun je angst voor angst ontwikkelen. Het zijn dan niet zozeer open ruimten of groepen mensen die angst oproepen, maar de verwachting om een paniekaanval te krijgen. Deze angst leidt weer tot het vermijden van situaties waarin de patiënt denkt in paniek te zullen raken
Specifieke of enkelvoudige fobie

Deze fobie heeft betrekking op situaties of objecten. Het betreft hier een onredelijke of aanhoudende angst voor situaties, zoals hoogten, onweer en kleine ruimtes. Bij objecten gaat het vaak om dieren (honden, katten, spinnen, slangen) of om angst voor bloed. Zolang deze situaties of objecten geen onderdeel van het dagelijks leven uitmaken, kan men ze redelijk vermijden.
Mensen met een specifieke of enkelvoudige fobie vragen dan ook minder snel hulp. Lichamelijke verschijnselen kunnen zich uiten in hartkloppingen en zweten. Men wil de situaties of objecten zoveel mogelijk vermijden om de angst te ontlopen.
(tekening: Age Visser voor De Hersenstichting)

Olivier, 12 jaar:
Ik koop nooit een hond. Echt niet. Maar ik ga wel mee naar vrienden van mijn moeder die er één hebben. En komen zij hier, dan mag Flap mee. Ik kan het nog niet helemaal alleen. Voordat wij hen zien, luister ik naar het bandje van de ADF-stichting. Dan adem ik niet meer fluitend. Ik was drie of zo toen het begon. Een grote hond rende mij omver geloof ik. Toen gilde ik bij elke hond. Wij wonen aan een park met een speel- en poepveldje. In het begin gilde ik alleen daar. Ik wou er niet meer spelen, durfde niet meer naar school. Overal waren honden. Het gordijn aan de straat moest dicht. Want daar liepen honden. En toen gilde ik bij hondenplaatjes. Ik gilde niet alleen, ik zweette, bibberde, gaf over. Héftig. Ik wist zeker dat ik stikte. Wel vier keer in de week. Toen ik in groep zeven zat, kreeg ik nachtmerries. Dus stuurde mijn moeder me naar een meneer. Hij weet veel van fobieën. Mijn gillen kwam omdat ik een fobie voor honden had. Die meneer zei: “Jij bent de baas.” We oefenden. Heel veel. Net zolang tot ik Flap een beetje durfde te aaien. Mijn moeder moest leren mij te helpen. Dus ging ze naar de ADF-stichting. Als ik nu een vreemde hond zie, gebeurt er niets. Soms springen ze tegen je op, blaffen of grommen ze. Daarna luister ik naar het bandje. Word ik weer rustig van. Best mooi.

Specifieke (enkelvoudige) fobie

Een enkelvoudige fobie is een duidelijke en aanhoudende angst voor een dier, voorwerp of situatie. We spreken van een fobie als de angst een zodanige invloed op je leven heeft, dat het je ernstig belemmerd. Er kan ook sprake zijn van walging in plaats van angst. Ook plaatjes, films of pluchen beesten kunnen hevige angst veroorzaken.
De verschijnselen zijn trillen, zweten, hartkloppingen enz.

Er bestaan diversen soorten specifieke fobieen:

  • Angst voor een dier: je bent bang dat het beest je iets gaat aandoen (spin, kikker, hond, slan, vlinder). Later weet je heel goed dat het niet levensbedreigend is.
  • Natuurverschijnselen (onweer, wind of storm) of een kenmerk uit de omgeving (hoogtevrees, flats, bruggen). het zou bijvoorbeeld kunnen dat je vanwege je angst bij onweer jezelf opsluit in een toilet of elk uur naar het weerbericht luistert.
  • Concrete situatie: claustrofobie: lift, paskamer, tunnel, kelder. je hebt het gevoel dat je gaat stikken. Reizen met openbaar vervoer. De angst verminderd niet als anderen meegaan (zoals bij paniekstoornis wel kan helpen)
  • Medisch bijvoorbeeld de tandarts, angst voor injecties of bloed
  • Restcatagorie: slikken, braken, knallen

Posttraumatische stressstoornis (PTSS)

De posttraumatische stressstoornis is een bekende vorm en wordt vaak veroorzaakt door een ernstige gebeurtenis: een voorval dat buiten de menselijke ervaring ligt. Voorbeelden zijn: oorlog, incest, gijzeling.
Een posttraumatische stressstoornis wordt gekenmerkt door verschijnselen van constante gespannenheid en herbeleving van de nare gebeurtenis, bijvoorbeeld in dromen. Vermijdingsgedrag komt ook vaak voor.

Ziektevrees (hypochondrie)

 Men spreekt van hypochondrie wanneer iemand een zeer sterke en grote angst heeft om een ziekte (meestal ernstig) te krijgen of te hebben. De angst is niet reëel. Ondanks geruststelling door een arts en uitvoerig medisch onderzoek blijft de patiënt ongerust en angstig.
"De mens lijdt het meest van het lijden dat hij vreest"
C. Buddingh, citaten omnibus

Jeroen, 37 jaar:
Vroeger ging al mijn aandacht naar mijn gezondheid. Sterker: naar de zekerheid dat ik ten dode was opgeschreven. Ik bewees mezelf continu dat ik een ernstige ziekte had. Uren bracht ik door boven medische encyclopedieën, in het ziekenhuis, bij de dokter. Die energie zet ik nu positief om. Ik ben actief voor patiëntenbelangen, zoek graag uit hoe verenigingen elkaar kunnen helpen. Uitwisseling van kennis, uitbreiding van steun, verbetering van kwaliteit. Zo werkt de ADF-stichting samen met de Hersenstichting, de Nederlandse Patiënten Consumenten Federatie, het Nationaal Fonds Geestelijke Volksgezondheid en het Fonds PGO. Ook liggen er contacten met Engelse en Duitse zusterorganisaties. Misschien komt er wel een Europees netwerk. Ik vind het leuk om op dat niveau voor patiënten te staan. Laatst gaf ik een lezing. Vertelde ik hulpverleners waar de ADF-stichting voor staat, hoe angst, dwang en fobie werkt, welke therapie aanslaat en welke niet. Ik moet oppassen me niet opnieuw vast te bijten. Als ik merk dat ik dreig terug te vallen, ga ik naar mijn behandelaar. Met zijn hulp kan ik mijn denkbeelden relativeren. Daarnaast zijn er gelukkig een paar mensen in m’n buurt naar wie ik luister als ze "stop" zeggen. Dat was wel eens anders
.


"

Piekerstoornis (Gegeneraliseerde angststoornis)

 Je maakt je voortdurend zorgen over allerlei dagelijkse dingen en voelt je daardoor rusteloos, opgejaagd en nerveus. Het kan bijvoorbeeld gaan om zorgen over financiële zaken, terwijl er geen geldproblemen zijn. Ook kun je zorgen hebben over allerlei zaken die zouden kunnen gebeuren zoals ziekte, een ongeval of overlijden. Voor deze zorgen is vaak geen enkele aanleiding.
 De aandoening ontstaat vaak in de pubertijd en komt tweemaal vaker voor bij vrouwen dan bij mannen.

Lenie, 63 jaar:
Naast soaps was de Libelle mijn enige contact met de wereld. Overal loerde gevaar. Duizend doden stierf ik. Altijd bang, zorgen, spanning, onrust, nerveus. Ik had er iedereen gek mee gemaakt. Toen las ik over de ADF-stichting. Ik wilde niet meer alleen zijn. Ik werd lid en binnen een maand zat ik in het Marina de Wolf-centrum. De ADF-stichting had me een aanmeldingsformulier gestuurd. Het was het beste wat me kon overkomen. Achteraf gezien verbazingwekkend hoe het allemaal is gelopen. Dat de ADF-stichting mij op het spoor van hulp had gebracht. Dat ze weet welke behandelaars bij mij in de buurt deskundig en gekwalificeerd zijn. Dat ze samenwerkt met klinieken, universiteiten, specialisten. Dat het patiëntenblad schrijft over ontwikkelingen, onderzoeken, behandelingen. Erg actueel. Ik weet nog dat ik na dat eerste telefoontje sinds jaren een sprankje hoop voelde: ik ben in professionele handen. Afgedankt door mijn gezin, de buurt, de familie, de huisarts. Die problemen heb ik nog niet opgelost. Daarvoor is er te veel gepasseerd. Maar ik ben niet meer zo’n angsthaas en paniekzaaier. Reclame maak ik graag voor de ADF-stichting. Zij is hét adres voor betrouwbaar advies. Daarvan ben ik het levende bewijs.

 

 

 

 

Dwangstoornis (Obsessief Compulsieve Stoornis)

Hier gaat het om angsten die ontstaan door je eigen gedachten of door gewaarwordingen in je eigen lichaam.
Dwangklachten omvatten twee begrippen: obsessies (dwanggedachten) en compulsies (dwanghandelingen). Sommige mensen hebben alleen last van dwanggedachten, andere mensen hebben ook last van dwanghandelingen. Ze voelen zich gedwongen om bepaalde handelingen steeds opnieuw uit te voeren. Deze dwanghandelingen worden vaak vooraf gegaan door dwanggedachten.

Bij obsessies (dwanggedachten) heb je last van steeds terugkerende, niet gewilde en storende gedachten die zich aan je opdringen en lang aanhouden. Vaak hebben ze te maken met de angst iets niet goed te hebben gedaan, waardoor er iets verschrikkelijks kan gebeuren. Je wordt door deze gedachten dusdanig in beslag genomen dat je er als het ware door verlamd raakt en eigenlijk niet meer normaal kan functioneren. Je bent bijvoorbeeld bang dat er iets ergs met jezelf of een dierbaar iemand gebeurt als je bepaalde ‘verkeerde’ dingen denkt. Dit veroorzaakt een angstgevoel. Om de angst weg te krijgen kun je in je hoofd een aantal rituelen afwerken om deze zogenaamde ‘verkeerde’ gedachten te compenseren. De spanning vermindert dan op korte termijn, op langere termijn krijg je juist meer last van angsten omdat je door de rituelen de angstgedachte serieus neemt en hiermee het dreigende ‘gevaar’ bevestigt.
Bij compulsies (dwanghandelingen) gaat het om bepaalde handelingen, die steeds uitgevoerd moeten worden.
Het begint vaak bij angstige gedachten die zich ongewild steeds aan je opdringen, die bepaalde dwanghandelingen uitlokken. Je bent bijvoorbeeld bang dat het huis zal ontploffen omdat de gaskraan open staat. Ook al weet je dat je dit zojuist nog hebt gecontroleerd, toch heb je geen rust meer. Angst- en paniekgevoelens dwingen je opnieuw de gaskraan te controleren. Na verloop van korte of langer tijd begint hetzelfde proces weer van voor af aan. Door hier steeds weer aan toe te geven, vertrouw je je eigen waarneming niet meer en raak je verstrikt in je eigen controle ritueel. Hierdoor kun je verstrikt raken in een vicieuze cirkel van controledwang.

Een andere veel voorkomende dwanghandeling is het alsmaar moeten poetsen (smetvrees) en wassen (wasdrang). Dagelijks kan de patiënt hier uren aan besteden en krijgen andere zaken, zoals partner of gezin, onvoldoende aandacht.

Er zijn allerlei vormen van dwang en de mate waarin je hier last van kunt hebben, verschilt van persoon tot persoon. Wel is het vaak zo, dat als je teveel toegeeft aan je dwangrituelen, er vaak een verergering van de klachten optreedt. De patiënt weet vaak wel dat de handelingen niet ‘normaal’ zijn en schaamt zich hiervoor. De schaamte is echter misplaatst. Veel mensen hebben dwangmatige trekken en als er sprake is van een bepaalde aanleg of van een moeilijke persoonlijke situatie, kunnen klachten toenemen.
Door goede informatie ontstaat inzicht in het probleem en kan hulp geboden worden.

Meer info over dwangstoornis?
U kunt meer lezen over de oorzaken, symptomen en behandeling van een dwangstoornis in het
boek: ‘leven met een dwangstoornis van Fred Sterk en Sjoerd Swaen.’ In het boek staan ook zelfhulptechnieken beschreven. Het boek kunt u desgewenst ook bestellen bij de ADF stichting.


Bram, 40 jaar: De baan in mijn hoofd was het allerzwaarst. Ik werkte ellenlange riedels af. Want ik dacht dat ik anders mijn ouders iets zou aandoen. Eenmaal getrouwd was ik ervan overtuigd dat ik mijn vrouw ernstig pijn zou doen. Later geloofde ik dat ik mijn kind zou doden. Toen begonnen de verplichte handelingen. Alles, maar dan ook alles in ons huis moest op uitgetekende plaatsen liggen. Mijn moeder zag de situatie verergeren. Ze wilde onder geen beding dat mijn vrouw bij mij wegging. Via de kerk hoorde ze over de ADF-stichting. Omdat ik het erg vond voor haar en mijn vrouw, ging ik naar een lotgenotengroep. Ik dacht gekken aan te treffen. Integendeel: het bleken verstandige mensen. En hun verhalen waren heel herkenbaar. Voor de eerste keer in mijn leven liet ik zien wat ik dacht en deed. Dat was een opluchting; ik voelde geen schaamte. Toen nam ik het besluit me te laten behandelen. Dat is nu drie jaar geleden. Ik leid nu zelf een lotgenotengroep. Met veel genoegen. Mijn vrouw snapt wat ik heb. Gelukkig blijft ze er nuchter onder. Maar tijdens de jaarlijkse ontmoetingsdagen van de ADF-stichting zoekt ze steevast partners op van dwangpatiënten.

 
Disclaimer