Angststoornissen
Wanneer spreken we van een angststoornis?
Komen angststoornissen vaak voor?
Dwangstoornis (Obsessief Compulsieve Stoornis; OCS)
Oorzaken
Wanneer heb je een angststoornis?
Wanneer spreken we van een angststoornis?
Iedereen is wel eens bang of angstig. Dit is een normale reactie, die ons voorbereidt op dreigend gevaar. Het gevaar kan van buitenaf komen en reëel zijn.
Maar angst kan ook van binnenuit ontstaan, bijvoorbeeld bang zijn om alleen gelaten te worden of iets niet goed te doen. Wanneer iemand regelmatig zeer angstig is en deze angst buiten proporties en irreëel is en flinke beperkingen geeft, die het leven sterk ontregelen, kan er sprake zijn van een angststoornis. Het gaat hierbij om serieuze klachten, die niets met aanstellerij te maken hebben.
Komen angststoornissen vaak voor?
Psychische stoornissen, waarvan angststoornissen deel uitmaken, komen vaak voor. Eén op de vijf Nederlanders maakt in zijn of haar leven een angststoornis door. We spreken dan al snel over meer dan een miljoen mensen met een angststoornis. U staat dus niet alleen. Angststoornissen komen bij mannen en vrouwen voor op zowel jonge, volwassen als oudere leeftijd.
Een angststoornis krijgt iemand meestal niet van de ene op de andere dag. Grenzen verschuiven bijna onmerkbaar en soms kan de situatie echt uit de hand lopen: ‘iemand gaat de deur bijna niet meer uit, staat urenlang deuren of gas te controleren of zijn handen te wassen.’Uiteindelijk kan een angststoornis ervoor zorgen dat iemand z'n werk, interesses en bezigheden verliest en daardoor vereenzaamt. Mensen schamen zich vaak voor wat ze doen en voelen zich schuldig tegenover hun omgeving.
Dwangstoornis (Obsessief Compulsieve Stoornis; OCS)
Hier gaat het om angsten die ontstaan door je eigen gedachten of door gewaarwordingen in je eigen lichaam.
Dwangklachten omvatten twee begrippen: obsessies (dwanggedachten) en compulsies (dwanghandelingen). Sommige mensen hebben alleen last van dwanggedachten, andere mensen hebben ook last van dwanghandelingen. Ze voelen zich gedwongen om bepaalde handelingen steeds opnieuw uit te voeren. Deze dwanghandelingen worden vaak vooraf gegaan door dwanggedachten.
Bij obsessies (dwanggedachten/intrusies) heb je last van steeds terugkerende, niet gewilde en storende gedachten die zich aan je opdringen en lang aanhouden. Vaak hebben ze te maken met de angst iets niet goed te hebben gedaan, waardoor er iets verschrikkelijks kan gebeuren. Soms word je door deze gedachten dusdanig in beslag genomen dat je er als het ware door verlamd raakt en eigenlijk niet meer normaal kan functioneren. Je bent bijvoorbeeld bang dat er iets ergs met jezelf of een dierbaar iemand gebeurt als je bepaalde ‘verkeerde’ dingen denkt. Dit veroorzaakt een angstgevoel. Om de angst weg te krijgen kun je in je hoofd een aantal rituelen afwerken om deze zogenaamde ‘verkeerde’ gedachten te compenseren. De spanning vermindert dan op korte termijn, op langere termijn krijg je juist meer last van angsten omdat je door deze rituelen de angstgedachte serieus neemt en hiermee het dreigende ‘gevaar’ bevestigt.
Bij compulsies (dwanghandelingen) gaat het om bepaalde handelingen, die je steeds moet uitvoeren van jezelf.
Het begint vaak bij angstige gedachten die zich ongewild steeds aan je opdringen en die bepaalde dwanghandelingen uitlokken. Je bent bijvoorbeeld bang dat het huis zal ontploffen omdat de gaskraan open staat. Ook al weet je dat je dit zojuist nog hebt gecontroleerd, toch heb je geen rust meer. Angst- en paniekgevoelens dwingen je opnieuw de gaskraan te controleren. Na verloop van korte of langere tijd begint hetzelfde proces weer van voor af aan. Door hier steeds weer aan toe te geven, vertrouw je je eigen waarneming niet meer en raak je verstrikt in je eigen controle ritueel. Hierdoor kom je vaak terecht in een vicieuze cirkel van controledwang.
Een andere veel voorkomende dwanghandeling is het alsmaar moeten poetsen (smetvrees) en wassen (wasdrang). Dagelijks kan de patiënt hier uren aan besteden en krijgen andere zaken, zoals partner of gezin, onvoldoende aandacht.
Er zijn allerlei vormen van dwang en de mate waarin je hier last van kunt hebben, verschilt van persoon tot persoon. Wel is het vaak zo, dat als je teveel toegeeft aan je dwangrituelen, er vaak een verergering van de klachten optreedt. De patiënt weet vaak wel dat de handelingen niet ‘normaal’ zijn en schaamt zich hiervoor. De schaamte is echter misplaatst. Veel mensen hebben dwangmatige trekken en als er sprake is van een bepaalde aanleg of van een moeilijke persoonlijke situatie, kunnen klachten toenemen.
Door goede informatie ontstaat inzicht in het probleem en kan hulp geboden worden.
Oorzaken
Vaak is er sprake van een combinatie van factoren:
Erfelijkheid; als één van de ouders soortgelijke klachten heeft dan is de kan drie tot vijf keer zo groot een angststoornis te ontwikkelen. Aangeboren eigenschappen kunnen worden verzwakt of versterkt door wat we meemaken.
Jeugdervaringen; opgroeien in een emotioneel onveilige omgeving (er is weinig aandacht voor de gevoelens van het kind, het kind mag niet opkomen voor zichzelf) of juist overbezorgdheid kunnen beiden een voedingsbodem zijn voor het ontwikkelen van angst.
Langdurige stress; indien sprake is van langdurige druk en je onvoldoende in staat bent geweest die spanning op te vangen of bij ingrijpende gebeurtenissen. De gebeurtenis kan al een poosje achter de rug zijn en toch later in de vorm van angst naar boven komen.
- Ingrijpende gebeurtenissen, zowel positief als negatief (geboorte, dood,scheiding, verhuizing, promotie) Het gevoel van veiligheid en zelfvertrouwen kan hierbij onder druk komen te staan.
- Psychoactieve stoffen zoals cafeïne in koffie, thee en cola en drugs kunnen paniek uitlokken alsmede het afbouwen van kalmerende middelen en alcoholgebruik.
- Lichamelijke veranderingen zoals operatie, van veel sporten naar weinig beweging, zwangerschap enz.
Wanneer heb je een angststoornis?
Onderzoek naar angststoornissen heeft veel inzicht gegeven in de diagnostiek en de behandeling.
Specialisten hebben richtlijnen ontwikkeld om de angststoornis beter te helpen vaststellen. Deze richtlijnen zijn neergelegd in een internationaal classificatiesysteem (DSM). http://nl.wikipedia.org/wiki/Angststoornis Voldoe je aan een aantal criteria, dan kan het zijn dat je een bepaalde angststoornis hebt. Een gespecialiseerde gedrags- of psychotherapeut kan dit officieel vaststellen. Huisartsen en specialisten hebben inspanningen gedaan om angststoornissen beter op te sporen en te behandelen. Hierdoor zijn een standaard en richtlijnen ontwikkeld. Belangrijk is om de angststoornis vroegtijdig te onderkennen, zodat maatregelen of een behandeling om de angst te beheersen tijdig kunnen/kan plaatsvinden.