Niet alle depressies zijn hetzelfde. Ze kunnen variëren van mild tot zwaar. Iemand met een milde depressie heeft last van hooguit enkele verschijnselen. Mensen die aan een zware depressie lijden hebben last van vrijwel alle bijbehorende klachten. Ook de intensiteit van de klachten verschilt vaak.
Enkele speciale vormen van depressie zijn:
Dysthyme stoornis
Bij een dysthyme stoornis houden de klachten minimaal twee jaar aan. Mensen hebben vaak niet de heftige verlammende depressieve gevoelens, maar zijn wel het grootste deel van de dag in een depressieve stemming. Ze hebben ook minder bijkomende klachten. Ze kunnen meestal ‘redelijk’ functioneren, maar hun leven is vrijwel voortdurend gekleurd in grijstinten. Het lange aanhouden van de klachten en de uitzichtloosheid ervan, maakt deze vorm van depressie zwaar.
Manisch-depressieve stoornis (ook wel bipolaire stoornis genoemd)
Perioden van grote somberheid en passiviteit en perioden van extreme activiteit en opwinding wisselen elkaar af. Mensen denken in de overdreven vrolijke (of eufore) perioden alles aan te kunnen. Ze doen dan dingen die ze normaal nooit zouden doen. Op zo’n ‘hyperactieve periode volgt vaak een depressieve periode.
Postpartum depressie
Na een bevalling, miskraam of abortus krijgen sommige vrouwen last van een postpartum depressie, voorheen ook wel postnatale depressie genoemd.
Seizoensgebonden depressie
Mensen hebben behalve de depressieve verschijnselen vaak last van overdreven eetlust, gewichtstoename en grote behoefte aan slaap. De seizoensgebonden depressie steekt vooral in de herfst- en wintermaanden de kop op en wordt in verband gebracht met gebrek aan zonlicht (de winterdip). Maar er zijn ook mensen die zich juist in het voorjaar depressief voelen.
Bron: Fonds psychische gezondheid