Ieder gezond mens is wel eens depressief, somber of neerslachtig. Dat kan komen door iets wat je hebt meegemaakt, een afspraak met je geliefde gaat onverwachts niet door of je staat heel lang in een file waardoor je ‘s avonds niet meer de dingen kunt doen die je graag wilde. Maar het kan ook door een gebeurtenis komen van lang geleden, of een forse tegenslag waar je mee te maken krijgt zoals financiële zorgen.
Meestal trekt zo’n sombere bui uiteindelijk weg. Maar bij sommige mensen blijft deze stemming aanhouden. De somberheid lijkt niet te passen bij de werkelijkheid.
Wanneer is er echt sprake van een depressie?
De DSM IV, het Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders, is een Amerikaans handboek voor diagnose en statistiek van psychische aandoeningen dat in de meeste landen als standaard in de psychiatrische diagnostiek dient.
Volgens de DSM-IV-criteria moeten één of twee van de volgende elementen aanwezig zijn, wil er sprake zijn van depressie.
A. Gedeprimeerde stemming (1) of verlies van interesse of plezier (2).
Bij deze twee criteria moet worden uitgesloten dat ze zijn veroorzaakt door een lichamelijke aandoening of door wanen of hallucinaties. Het volstaat om één van deze symptomen te hebben indien het gepaard gaat met minstens vier van de volgende symptomen:
▪ Gedeprimeerde stemming gedurende het grootste deel van de dag.
▪ Duidelijke daling van interesse of plezier.
▪ Veranderende eetlust en duidelijke gewichtstoename of gewichtsverlies.
▪ Verstoord slaappatroon of slapeloosheid of meer slapen dan normaal.
▪ psychomotorische agitatie (opwinding) of remming:
Bij een remming verloopt het spreken, denken en bewegen langzamer.. Daartegenover staat een geagiteerde depressie waarbij de patiënt juist heel onrustig en ongedurig is. De patiënt is snel geïrriteerd en kan heel angstig zijn.
▪ Vrijwel alle dagen vermoeidheid of energieverlies.
▪ Gevoel van schuld, hulpeloosheid, bezorgdheid, en/of vrees.
▪ Verminderde capaciteit om zich te concentreren of besluiten te nemen.
▪ terugkerende gedachten aan de dood.
B. De symptomen voldoen niet aan de criteria voor een ‘gemengde episode’ (ook wel manische depressie genoemd: sombere periodes wisselen zich af met perioden waarin de patiënt overdreven positief gestemd is en chaotisch opgewonden gedrag vertoont).
C. De symptomen veroorzaken klinisch significant lijden of belemmering in sociale, beroepsmatige of andere belangrijke omstandigheden.
D. De symptomen zijn niet het gevolg van directe fysiologische effecten van middelengebruik (bijvoorbeeld drugs of medicatie) of een somatische aandoening
E. De symptomen kunnen niet beter worden verklaard door rouw, bv. na het verlies van een geliefde persoon, de symptomen duren langer dan twee maanden of worden gekenmerkt door belemmering in het functioneren, preoccupatie met waardeloosheid, suïcidale gedachten, psychotische symptomen of psychomotorische retardatie.
Bron: Wikipedia
Depressie en angst
Somberheid en angst kunnen als broer en zus zijn, dat wil zeggen dat de patiënt vaak van beiden last kan hebben. Veertig procent van de depressieve patiënten heeft ook angstklachten.
Vormen van depressie
Niet alle depressies zijn hetzelfde. Ze kunnen variëren van mild tot zwaar. Iemand met een milde depressie heeft last van hooguit enkele verschijnselen. Mensen die aan een zware depressie lijden hebben last van vrijwel alle bijbehorende klachten. Ook de intensiteit van de klachten verschilt vaak.
Dysthyme stoornis
Bij een dysthyme stoornis houden de klachten minimaal twee jaar aan. Mensen hebben vaak niet de heftige verlammende depressieve gevoelens, maar zijn wel het grootste deel van de dag in een depressieve stemming. Ze hebben ook minder bijkomende klachten. Ze kunnen meestal ‘redelijk’ functioneren, maar hun leven is vrijwel voortdurend gekleurd in grijstinten. Het lange aanhouden van de klachten en de uitzichtloosheid ervan, maakt deze vorm van depressie zwaar.
Manisch-depressieve stoornis (ook wel bipolaire stoornis genoemd)
Perioden van grote somberheid en passiviteit en perioden van extreme activiteit en opwinding wisselen elkaar af. Mensen denken in de overdreven vrolijke (of eufore) perioden alles aan te kunnen. Ze doen dan dingen die ze normaal nooit zouden doen. Op zo’n ‘hyperactieve periode volgt vaak een depressieve periode.
Postpartum depressie
Na een bevalling, miskraam of abortus krijgen sommige vrouwen last van een postpartum depressie, voorheen ook wel postnatale depressie genoemd.
Seizoensgebonden depressie
Mensen hebben behalve de depressieve verschijnselen vaak last van overdreven eetlust, gewichtstoename en grote behoefte aan slaap. De seizoensgebonden depressie steekt vooral in de herfst- en wintermaanden de kop op en wordt in verband gebracht met gebrek aan zonlicht (de winterdip). Maar er zijn ook mensen die zich juist in het voorjaar depressief voelen.
Bron: Fonds psychische gezondheid
Oorzaken depressie
We willen altijd graag weten waarom we iets hebben. Voor depressie is dat niet zo eenvoudig. Vaak is er niet zomaar een enkele oorzaak aan te wijzen. Maar is het een optelsom van een aantal factoren.
De drie belangrijkste factoren zijn:
Aanleg
Persoonlijkheid
Omstandigheden Aanleg
Aanleg
Hier gaat het om erfelijke factoren. In sommige families komen depressies vaker voor dan in andere. De kans dat een depressie erfelijk bepaalt is wordt op ongeveer 50% geschat. De andere 50% hangt af van de omstandigheden en de beschermende factoren (afweermechanisme voor tegenslag en ellende). Als je aanleg hebt om depressief te worden, kan die aanleg niet weggetoverd worden. Maar je kunt wel leren om anders met je problemen om te gaan, weerbaarder te worden, beter voor jezelf op te komen en je emoties uit te spreken.
Persoonlijkheid
Dit gaat over de manier waarop je tegen problemen aankijkt en hoe je in je ontwikkeling geleerd hebt om te gaan met tegenslag.
Omstandigheden
Hier kan van alles onder vallen: het soort werk dat je hebt, de omgang met familie, ouders, partner, kinderen, vrienden, maar ook je lichamelijke en geestelijke conditie. Langdurige druk kan uitputting veroorzaken en dat kan vervolgens een depressie in de hand werken.
Bron: “Somberheid troef” door Paul Wisman
Behandeling
Iedereen die in een depressie zit wil er heel graag vanaf. Een depressie is vaak goed te verhelpen. Het grootste gedeelte van de behandelingen heeft al een zeer gunstig effect op uw situatie. De eerste stap die is vaak het kunnen praten over je klachten en het uiten van je gevoelens.
Antidepressiva
Antidepressiva zijn medicijnen, die bij de behandeling van een wat meer ernstige depressie kunnen worden voorgeschreven.
Vaak leiden antidepressiva tot vermindering van de depressie. Dit effect is veelal voelbaar na vier tot zes weken.
Er kunnen, met name in het begin, bijwerkingen optreden, De bijwerkingen verschillen per medicijn maar kunnen na verloop van tijd verdwijnen. In geval van angst of onrust, worden soms tijdelijk kalmeringsmiddelen voorgeschreven.
Als je besluit de medicatie af te bouwen, is het altijd raadzaam dit in overleg te doen met je behandelaar, ook in verband met mogelijke onttrekkingsverschijnselen.
Psychotherapie
Op dit moment zijn er twee vormen van psychotherapie bekend die in onderzoek effectief zijn gebleken bij de behandeling van depressie:
Interpersoonlijke psychotherapie (IPT) en cognitieve gedragstherapie.
Beide therapieën zijn kortdurend. Dat wil zeggen dat ze niet langer duren dan 12 tot 16 weken. Indien dan geen effect is bereikt, wordt een andere behandeling aangeboden.
ITP
Interpersoonlijke psychotherapie (IPT) is een relatief nieuwe therapie. Deze therapie werd ontwikkeld in de VS als specifieke behandelvorm voor depressie in de jaren '70 van de vorige eeuw.
Inmiddels is IPT uitgegroeid tot een van de meest effectieve, behandelmethoden bij lichte tot matige depressies.
Uitgangspunten
IPT gaat uit van het idee dat veranderingen in belangrijke relaties een depressie kunnen uitlokken bij mensen die daar gevoelig voor zijn.
In de therapie onderzoeken we hoe je contacten met belangrijke anderen in je omgeving verlopen. Daarna kijken we hoe deze contacten bijdragen aan het ontstaan, of in stand houden van uw depressieve gevoelens.
Het kan bijvoorbeeld zijn dat je het moeilijk vindt om conflicten aan te gaan en uw mening uit te spreken.
Hierdoor kun je je steeds meer gaan ergeren en/of terugtrekken uit contacten. Isolatie en depressieve gevoelens kunnen daardoor verergeren.
Rouw, rolverandering, tekort aan sociale contacten en ontwikkelingsmoeilijkheden zijn andere aandachtsgebieden van IPT
Hoe lang de behandeling duurt is afhankelijk van de duur en ernst van de depressie. De duur van de behandeling is tussen de 8 en 20 gesprekken.
Cognitieve gedragstherapie: depressie en negatieve gedachten
Gedachten hebben invloed hebben op iemands stemming. Depressieve patiënten gaan vaak uit van sombere veronderstellingen: ‘Ik ben niets waard' of ‘In mijn leven is alles ellendig verlopen'. Deze gedachten maken dat iemand somber in het leven staat en zullen de depressie onderhouden.
Oefenen met reële gedachten
Door oefeningen leert de patiënt deze gedachten te herkennen en gaandeweg te vervangen door meer reële gedachten. Als men denkt dat ‘niemand van mij houdt' wordt men bijvoorbeeld uitgedaagd in de omgeving na te gaan of dit inderdaad zo is. Door de patiënt op die manier te confronteren met de realiteit lukt het deze negatieve gedachten bij te stellen en zo de stemming te verbeteren.
Gedragstherapie
In Nederland wordt cognitieve therapie vaak gecombineerd met gedragstherapie. Tijdens het begin van de behandeling wordt de patiënt gestimuleerd door het geven van concrete opdrachten (boodschap doen, wandeling maken) om activiteiten te ondernemen.
Bron: psyQ