Dwang

Dwanghandelingen (compulsies) zijn activiteiten die mensen herhaaldelijk uitvoeren (rituelen) om de angst of schuldgevoelens te verminderen die veroorzaakt worden door hun dwanggedachten (obsessies).


Een dwangstoornis kan al op vroege leeftijd ontstaan. In het begin worden de klachten door de ouders vaak niet herkend. Geleidelijk aan kan het duidelijk worden, zoals op het moment dat ouders en familieleden worden betrokken in allerlei rituelen (bijvoorbeeld eisen dat kleren herhaaldelijk worden gewassen, herhaaldelijk vragen om geruststelling).

Als mensen in een levensfase komen waarin veel van ze gevraagd wordt zoals het beginnen met een studie, zelfstandig gaan wonen, voor het eerst een serieuze relatie aangaan, is de kans groter om een dwangstoornis te ontwikkelen (zie ook oorzaken).


Dwangrituelen

De ernst van de klachten kan nogal verschillen. Bij lichte klachten kan iemand nog redelijk functioneren en kan hij zijn studie of werk blijven doen. Bij zeer ernstige dwangklachten is iemand totaal overgeleverd aan angst en dwangrituelen.
De klachten gaan doorgaans niet vanzelf over. Stressvolle gebeurtenissen verergeren de klachten. 

De dwang wordt vaak in stand gehouden door het toegeven aan dwangrituelen, bijvoorbeeld om geruststelling vragen en door situaties die angst oproepen te vermijden. Dwanghandelingen voert iemand uit om de angst weg te laten ebben, maar op lange termijn versterken deze de dwanggedachten. De dwanggedachten (die aan dwanghandelingen vooraf gaan) worden zo namelijk keer op keer bevestigd.

Door goede informatie ontstaat inzicht in het probleem en kan hulp geboden worden. Dit kan bijvoorbeeld door het lezen van specifieke boeken of brochures of door een keer te bellen met een van onze ervaringsdeskundige medewerkers.  


Oorzaken

Vaak is er sprake van een combinatie van factoren:

  • Erfelijkheid; als één van de ouders soortgelijke klachten heeft dan is de kans groter om een dwangstoornis te ontwikkelen. Aangeboren eigenschappen kunnen worden verzwakt of versterkt door wat we meemaken.
  • Opvoeding; opgroeien in een emotioneel onveilige omgeving: Er is bijvoorbeeld weinig aandacht voor de gevoelens van het kind. Ouders kunnen te kritisch of te eisend zijn naar het kind toe of ze zijn juist te overbezorgd. Beide opvoedingsstijlen kunnen een voedingsbodem zijn voor het ontwikkelen van angst.
  • Jeugdervaring/langdurige stress; er kan sprake zijn van langdurige druk, van stressvolle gebeurtenissen of ingrijpende jeugdervaringen. U bent onvoldoende in staat geweest die spanning op te vangen. De gebeurtenis kan al een poosje achter de rug zijn en toch later in de vorm van angst naar boven komen.
  • Ingrijpende gebeurtenissen, zowel positief als negatief (geboorte, dood, scheiding, verhuizing, promotie). Het gevoel van veiligheid en zelfvertrouwen kan hierbij onder druk komen te staan. 
  • Lichamelijke veranderingen. Voorbeelden: een operatie, van veel sporten naar weinig beweging, een zwangerschap enzovoort.

 

Bronvermelding: naar: Sterk, F. & Swaen, S. Leven met een dwangstoornis. Houten: Bohn Stafleu Van Loghum.