Artikelen en verslagen
1 Themadag over jongeren met autisme en angst of dwang
2 Frits Boer over wetenschappelijke inzichten
2.4 Ervaringsdeskundigen
3 Rosanne de Bruin over autisme en dwang
4 Carolien Gevers over autisme met angst
Presentatie van Frits Boer(PDF)
Presentatie van Rosanne de Bruin(PDF)
Presentatie van Carolien Gevers(PDF)

Thema dag over jongeren met autisme en angst of dwang
1.1 Inleiding
De Angst Dwang en Fobie stichting (ADF) en de Nederlandse Vereniging voor Autisme (NVA) organiseerden op 19 april 2008 een themadag over jongeren met autisme en angst of dwang. ADF en NVA hebben te maken met kinderen van leden die zowel angst of dwang als een vorm van autisme hebben. Daarom is het heel goed dat beide verenigingen samenwerken. Er zijn klachten die niet in één hokje te duwen zijn.
1.2 Sprekers
Frits Boer, hoogleraar kinder- en jeugdpsychiatrie van behandelcentrum de Bascule, over wetenschappelijke inzichten rond angst- en dwangverschijnselen bij jongeren met autisme.Rosanne de Bruin, klinisch psycholoog en psychotherapeut, over dwangstoornissen bij jongeren met autisme in de praktijk.Carolien Gevers, klinisch psycholoog en psychotherapeut, over angststoornissen bij jongeren met autisme in de praktijk.
2 Frits Boer over wetenschappelijke inzichten
2.1 Inleiding
De ADF en de NVA hebben te maken met patiënten die zowel angst of dwang als een vorm van autisme hebben. Daarom is het heel goed dat beide verenigingen samenwerken. Er zijn klachten die niet in één hokje te duwen zijn.
2.2 Combinaties van symptomen
Hoewel een diagnose betrekkelijk is, is deze wel nodig. Een ouder of een leerkracht signaleert een aantal gedragskenmerken bij een kind. Bijvoorbeeld druk zijn of in zichzelf gekeerd zijn. Dit zijn de symptomen. Het geheel van die symptomen wordt syndroom genoemd. Als van een syndroom de oorzaak en het beloop bekend zijn, spreek je van een bepaalde ziekte. Zoals de symptomen hoge koorts, hoesten en vlekken op het gezicht duiden op de ziekte mazelen.In de psychiatrie kennen we echter nog geen enkele ziekte. Er moet nog onderzocht worden welke symptomen gegroepeerd moeten worden. Wellicht moeten bepaalde indelingen aangepast worden. Van niets weten we precies de oorzaak. Alle stoornissen zijn dus nog 'syndromen'. Het zijn afgesproken combinaties van symptomen. En later zal blijken dat sommige van deze combinaties niet kloppen.
2.3 Drie voornaamste diagnostische groepen
| emotionele stoornissen |
gedragsstoornissen |
ontwikkelingsstoornissen |
| angststoornissen |
gedragsstoornissen |
spraak/taal stoornissen |
| stemmingsstoornissen |
oppositioneel opstandige gedragsstoornis |
leesstoornis |
| obsessieve compulsieve stoornissen (OCS) |
ADHD |
autisme spectrum stoornissen |
| somatoforme stoornissen |
|
|
2.3.1 Een voorbeeld uit de praktijk
Een jongen van tien jaar die de letters in een boek telt. Hij is laat gaan spreken, maar kent dan hele reclameteksten uit zijn hoofd. Hij kan niet stil zitten, piekert en heeft buikpijn op schooldagen. Hij kent alle automerken en is heel speels. Hij krijgt eerst de diagnose ADHD.
Bij de tweede persoon krijgt hij de diagnose ASS. Bij de derde separatie angst. Bij de vierde persoon dwangstoornis. En bij de vijfde persoon OCS autisme subtype. De vraag is: wie heeft er nu gelijk? Het antwoord is: iedereen een beetje.Zes blinde mannen en een olifant
Frits Boer haalt hier het sprookje aan van zes blinde mannen en de olifant. Samen gaan ze de olifant onderzoeken.
Ieder pakt een ander stukje olifant en associeert dit met iets:
De huid is een muur. De tand is een speer. De slurf is een slang.
De poot is een boom. Het oor is een waaier. De staart is een touw.Conclusie
Zo hebben ze samen een olifant onderzocht, die niemand ooit eerder heeft gezien.
Zo'n olifant zien alleen deskundigen:
Maar deskundigen en ervaringsdeskundigen samen zien de volgende olifant:
2.3.2 Emotionele stoornissen
Vrees of angst
Vrees is een reactie van het organisme op gevaar. De symptomen zijn:
- emotioneel: schrik, zenuwachtigheid
- cognitief: kokervormige aandacht
- motorisch: hyperactiviteit, versterkte prikkelbaarheid
- lichamelijk: versnelde hartslag, versnelde ademhaling.
Angst op zich is nuttig. Bij gevaar geeft het lichaam een reactie en kun je 'vechten' of 'vluchten'. Angst wordt een probleem als je dingen gaat vermijden. Als het kind er zichtbaar onder lijdt. En wanneer de reactie niet van voorbijgaande aard is.De DSM IV (Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders) is een handboek voor het stellen van diagnoses voor psychiatrische aandoeningen. De hiërarchie van bepaalde klachten is hierbij maatgevend. Heeft iemand bijvoorbeeld autisme gecombineerd met angst of dwang, dan wordt alleen de diagnose autisme gesteld. Omdat autisme voorrang krijgt op de angst- of dwangstoornis.In eerdere DSM versies heeft deze combinatie wel als dubbele diagnose gestaan. Dit is er uit verdwenen. Maar de mensen met autisme en een angst- of dwangstoornis zijn natuurlijk niet verdwenen. Daarom is er een nieuwe benaming ontstaan voor autisme met angst en paniek, namelijk Multiple Complex Developmental Disorder (MCDD). MCDD is overigens (nog) niet opgenomen in de DSM.Dwangmatige verschijnselen
Dwangmatige verschijnselen zijn op zich niet vreemd in de kindertijd. Zo komt het voor dat kinderen van jonge leeftijd een verhaal precies willen horen zoals het er staat (steeds dezelfde video willen zien, voorwerpen in rijen zetten of symmetrisch opstellen). Aan het eind van de kleutertijd wordt dit minder. Voor het kind is dit een houvast om greep op de omgeving te krijgen (speelt vooral bij overgangen in situaties zoals gaan eten, gaan slapen: emotieregulatie).Ook hebben kinderen spelletjes met rituelen zoals hinkelen en tikkertje. En komt magisch denken voor zoals de vingers kruisen en een waarde aan een bepaald getal toekennen. Bij volwassenen kennen we allemaal het 'afkloppen', of mascottes die geluk brengen. Heel veel mensen kennen dwangmatige gedachten. Maar dat wil nog niet zeggen dat ze een dwangstoornis hebben. Als de gedachten je leven gaan beheersen is het wel serieus.Subtypes bij dwang (OCS)
- dwanggedachten (controleren, agressief)
- dwanggedachten (seksueel, religieus)
- symmetrie en ordenen (vaak + tics)
- schoonhouden en wassen
- verzamelen.
2.3.3 Gedragsstoornissen
Gedragstoornissen worden hier niet besproken.
2.3.4 Ontwikkelingsstoornissen
Autisme spectrum stoornissen (ASS)
Hoofdkenmerken:
- sociale beperking
- communicatieve beperking
- beperkt repetitief gedrag en belangstelling.
Het spectrum kun je zien als een waaier. Als je in lichte mate klachten hebt, kunnen bovenstaande kenmerken ook los van elkaar voorkomen.Er zijn kinderen die naast een dwangstoornis ook iets autistisch hebben (Bejerot, 2007):
| |
OCS |
OCS met
autisme trekken |
OCS met
tics |
| Symmetrie, ordenen |
+ |
+++ |
+++ |
| Dwangtellen |
- |
++ |
+++ |
| Verzamelen |
+ |
+++ |
+ |
| Wasdwang |
++ |
+ |
+ |
| Zelfbeschadiging |
- |
+ |
+ |
| Pathologische ‘grooming’ |
- |
++ |
++ |
| Sociale vaardigheden |
++ |
- |
++ |
| Eenzelvig |
+ |
+++ |
- |
| Wordt gepest |
+ |
+++ |
- |
Voor wat betreft de rituelen is er een onderscheid tussen dwanghandelingen (compulsies) en repetitief gedrag. Dwanghandelingen zijn onplezierig en worden uitgevoerd om angst te verminderen. Repetitief gedrag is plezierig. Autisme (ASS) en dwang (OCS) zijn aparte stoornissen maar kunnen een overlap hebben.
2.3.5 Psychische stoornissen
De overgang tussen normaal, problematisch en duidelijk gestoord is geleidelijk en betrekkelijk. Wanneer praat je over een stoornis?Overmatige angst of overmatige dreiging?
Angst is overmatig indien je sterker reageert dan nodig is als gevolg van:
- Overgevoelig vreessysteem (genetisch bepaald) (bij angststoornissen én bij autisme)
- Onvoldoende remming van angstige reacties (lage ‘wilskrachtige controle’, óók bij ADHD)
- Selectieve informatieverwerking (bijvoorbeeld negatieve interpretatie van informatie)
- Beperkt sociaal cognitief vermogen, waardoor sociale omgeving dreigender lijkt (bij autisme)
- Stoornis die het oordeelsvermogen aan tast, waardoor de omgeving dreigender lijkt (bij psychose)
- Lichamelijke symptomen die een interne bedreiging vormen (bijvoorbeeld bij astma).
Kernsymptomen van autisme met angst en paniek (MCDD)
- Stoornissen in de emotie regulatie, van angst tot paniek of van boosheid tot woede
- Stoornissen in de gevoeligheid voor sociale signalen en sociaal gedrag
- Stoornissen in het denken, vage grens tussen fantasie en realiteit, bizarre fantasieën, associatief, onnavolgbaar denken of vertellen.

2.4 Ervaringsdeskundigen
2.4.1 Een meisje met PDD NOS en dwangklachten
Toen ze een bepaalde periode last kreeg van buikpijn dacht ze dat het beter zou zijn om gezonder te gaan eten. Maar dan wilde ze ook bijhouden wat ze at. Dit zou beter lukken als ze minder zou gaan eten. Hierdoor kwam ze in een neerwaartse spiraal terecht. En ze ging steeds minder eten waardoor ze ondergewicht kreeg. Thuis hielden de gezinsleden rekening met haar door haar niet af te leiden als ze bezig was met eten. Dit gaf haar juist veel ruimte om haar rituelen uit te breiden.Ze is opgenomen geweest. En er werden duidelijke afspraken gemaakt om haar dwanghandelingen af te bouwen. Tijdens de behandeling moest ze elke keer kleine stapjes nemen om haar rituelen te verminderen. Omdat ze ook aan PDD NOS lijdt, is dit extra moeilijk. Elk stapje is een verandering in wat je gewend bent te doen. Iedere stap kost daarom opnieuw evenveel inspanning om het vol te houden. Iemand zonder PDD NOS krijgt vertrouwen, waardoor de volgende stapjes makkelijker te overwinnen zijn. Maar bij iemand mét PDD NOS is extra geduld nodig. Ze heeft tijdens deze periode onder andere antidepressiva gehad, waardoor ze minder last kreeg van piekeren. Sinds een jaar is ze nu van deze medicijnen af.
2.4.2 Vader en moeder van kind met autisme
Jesse heeft de diagnoses autisme (MCDD) en Gilles de la Tourette. Hij heeft veel aandacht nodig door zijn beperkingen, zodat het jongste kind van het gezin zich tekort gedaan voelt. Jesse heeft veel angst voor beestjes en zit daardoor constant rond te kijken. Hij laat zich niet storen in dit ritueel.Wat het zo moeilijk maakt is dat het niet lukt Jesse gerust te stellen. Door het autisme is communiceren heel moeilijk. De jongste kijkt waar Jesse mee bezig is en schat dan in of hij hem wel of niet kan storen. Jesse weet ook niet meer hoe hij moet eten vanwege zijn dwang. Hij heeft wel een normale intelligentie.Zijn ouders ervaren dat er nog geen goede behandeling is binnen de reguliere hulpverlening. Zij worstelen met de vraag of ze Jesse medicatie laten geven. Zij zien dat hun zoon op dit moment geen kwaliteit van leven heeft. En dat er een situatie is ontstaan, die heel moeilijk is voor het hele gezin.
2.4.3 Ouders van verstandelijk gehandicapte zoon (15 jaar) met autisme
Hij kon tot zijn tiende jaar niet praten en was altijd in paniek. De angst uitte zich in vluchten en zelfbeschadiging. Moeder probeert door consequent belonen de dwanghandelingen alsmaar om te buigen naar functioneel gedrag. Haar zoon krijgt nu therapie waarbij hij in hele kleine stapjes zijn gedrag kan veranderen en hiervoor beloond wordt. De therapie slaat heel goed aan en hij kan al beter praten.
2.4.4 Moeder van zoon met autisme
De zoon heeft last om van de ene situatie naar de andere situatie te gaan. Zoals met eten en slapen. Hiervoor werden rituelen bedacht, maar deze gingen over in dwanghandelingen. Zo ging het tanden poetsen gepaard met dwang en kon hij hier niet meer mee stoppen. Zijn moeder heeft toen een jaar lang samen met hem tanden gepoetst en gaf duidelijk aan wanneer hij moest stoppen. Zo is de tijd teruggebracht van 20 minuten naar 2 minuten. Ook bij het leren van een toets bepalen de ouders wanneer het genoeg is. Anders blijft hij maar leren en worden alle punten en komma's gelezen.Via een gezinspsycholoog waren de diagnoses gesteld en hebben zijn ouders tips gekregen. Omdat hij alleen met zijn studie bezig was, kwam hij helemaal niet meer in contact met leeftijdgenoten om iets anders te doen. Hij moest daarom verplicht 1x in de week iets anders doen. De school ondersteunde dit en werkte hieraan mee. Hij mocht die middag niet naar zijn studiekamer. Het was heel moeilijk omdat hij er helemaal niet aan wilde. Toch heeft het gezin volgehouden.Na hele lange tijd is hij het voetballen gaan ontdekken. Nu is een grote vooruitgang merkbaar. Moeder vindt confrontatie het moeilijkste wat er is. Soms moet het. Zoals die keer toen hij zijn agressie botvierde op de computer en alles door de kamer heen slingerde. Zijn moeder droeg hem toen op zijn sportschoenen aan te trekken en sleurde hem letterlijk mee om te gaan hardlopen. De eerste tien minuten schreeuwde en tierde hij. Omstanders keken moeder en zoon na. Na die tijd begon hij tot rust te komen. Ze hebben uiteindelijk drie kwartier gelopen. Toen ze thuis kwamen kreeg hij een huilbui. Daarna sloeg hij zijn armen om zijn moeder en zei: 'Dank je wel mam.'
2.4.5 Ex partner van man met Asperger
De man had dwangstoornis, maar zijn autisme werd door behandelaars ontkend. Later kwam men erachter dat de man inderdaad autisme had. Hij was opgenomen in een kliniek om voor de angststoornis behandeld te worden. Pas later is Asperger officieel vastgesteld. Het hele gezin heeft erg geleden onder de smetvrees van hun man en vader. In de tijd van de ontploffing van de kernreactor in Tjernobiel was de hele wereld in zijn ogen radioactief en besmet.

3 Rosanne de Bruin over autisme en dwang
3.1 Autisme
In de Bascule worden niet alleen jongeren behandeld met angst of dwang, maar ook jongeren met autisme en angst of dwang.Iemand met autisme heeft last van . . .
- problemen in sociale situaties
- problemen in de communicatie
- repeterend gedrag, specifieke interesses.
Variaties op een autistische stoornis
Alles samen wordt ook wel Autistisch Spectrum Stoornis (ASS) genoemd.Wat is de gemeenschappelijke grond van ASS?
Je verwerkt op een andere manier informatie. Je hebt meer oog voor details. En je hebt meer moeite met de context. Bijvoorbeeld in de film Rain Man, als hij stopt in het midden van het zebrapad zodra het licht op rood springt. De informatie “het stoplicht springt op rood” neemt Rain Man letterlijk. Hij neemt de informatie op zoals deze is. Ja = ja en de nuances of verschillende tonen waarop 'ja' uitgesproken wordt, kun je niet interpreteren.Rituelen bij autisme
De patiënt vraagt zich voortdurend af: doe ik het wel goed? Alle boodschappen moet hij goed interpreteren, maar dat is juist zo moeilijk. Hierdoor kan veel onzekerheid ontstaan. Thuis gekomen kan de patiënt rust vinden door alles te ordenen. Bijvoorbeeld door rondjes te lopen of door te marcheren. Dit is een manier van ontlading. Herhaling van de motorische handeling vermindert daarnaast ook de hoeveelheid nieuwe informatie die binnenkomt.Iemand met een dwangstoornis heeft last van . . .
- Obsessies of angstgedachten: gedachten dat er iets ergs zal gebeuren, die ook angst veroorzaken
- Compulsies of dwanghandelingen: handelingen die de angstgedachte moeten neutraliseren en rust geven
- De dwanghandelingen worden als belastend ervaren en verstoren het dagelijks leven.
- Zo iemand weet ergens wel dat de dwanghandelingen onterecht of overdreven zijn (behalve kinderen).
Rituelen bij dwang
Iemand met een dwangstoornis heeft ook rituelen, maar deze dienen de angst te verminderen. De patiënt ziet bijvoorbeeld op tv hoe vies vaatdoekjes in werkelijkheid zijn. Hij heeft angstgedachten over bacteriën en besmetting. Eerst zijn het niet alleen de vaatdoekjes, maar ook wordt elke vlek als 'gevaarlijk' gezien, vervolgens zijn de groefjes in je hand ook bedreigend. De dwanghandelingen zijn dan uren lang je handen wassen. Als de patiënt dit niet doet, heeft hij veel onrust.Vaak is het echter zo dat de patiënt na langere tijd vanzelf rustig wordt, ook als hij de dwanghandeling achterwege laat. Door die dwanghandelingen wél uit te voeren of door 'gevaarlijke' situaties te vermijden, wordt de angst in tweede instantie juist versterkt. En wordt het steeds moeilijker van de angst af te komen.
3.2 Autisme met dwang
Vroeger dacht men dat autisme en dwang niet samen konden gaan, maar nu blijkt dit wel te kunnen. Er moet wel onderscheid gemaakt worden tussen autistische rituelen die niet uit angst voortkomen en dwangmatige rituelen die wel uit angst voortkomen en dienen om de angst te neutraliseren. Ook beïnvloedt de autistische manier van denken en beleven het ontstaan, het verloop en de behandeling van de dwang.
3.2.1 Voorbeeld uit de praktijk
Een meisje van 17 jaar zit sinds een jaar thuis vanwege somberheid, piekeren, dwang en sociale angst. Voor die tijd liep ze in sociaal opzicht op haar tenen. Ze was toen al een onzeker, kwetsbaar meisje met weinig vrienden. Ze voelt zich sociaal buitengesloten en vreemd. Ze heeft last van teldwang en een dwangmatige houding.
| situatie |
angstgedachte |
gevoel |
dwang |
gevolg |
(later gevolg) |
| Gaan zitten. |
O jee. Ik kom niet
op 3 of 9 handelingen
uit. Nu gaat er iets
ergs gebeuren.Ik moet mijn handelingen
tellen. En op een veelvoud
van 3 of 9 uitkomen. Anders
gebeurt er iets ergs met mij
of mijn ouders. |
Angst |
Handeling
afmaken met
tikken tot 3
of 9 bereikt is. |
Rust tot de
volgende
handeling. |
|
De behandeling richt zich op het uitzoeken waar ze bang voor is. Ze moet de angst verdragen. Uiteindelijk zakt de angst en zie je dat er helemaal niets ergs is gebeurd. Als je bang bent voor een vaag gevaar dan kan het wel twee dagen duren voordat je weer rustig bent.
3.2.2 Therapeutische behandeling
De gedragstherapeutisch behandeling van dwang bestaat uit exposure en cognitieve therapie. Daarnaast zijn aanpassingen nodig voor autisme.
Exposure
Dat waar je bang voor bent niet langer vermijden, maar je er stap voor stap aan blootstellen, zonder het dwangritueel uit te voeren, waarbij de angst uiteindelijk toch zakt.Cognitieve therapie
De angstgedachte verwoorden en onderzoeken of die gedachte wel klopt.
| situatie |
angstgedachte |
gevoel |
dwang |
gevolg |
later gevolg |
| Gaan zitten. |
O jee. Ik kom niet
op 3 of 9 handelingen
uit. Nu gaat er iets
ergs gebeuren.Ik moet mijn handelingen
tellen. En op een veelvoud
van 3 of 9 uitkomen. Anders
gebeurt er iets ergs met mij
of mijn ouders.
|
Angst |
Niet meer
tikken of
aanvullen.
|
Angst! |
Merken dat
er helemaal
niets ergs
gebeurt.
Gedachte aan
angst neemt
af.Gevoel van
angst neemt
af.
|
| |
Kloppen deze gedachtes?cognitieve therapie |
|
Zonder dwang-
ritueel!
exposure |
|
angst zakt |
3.3 Behandeling
De behandeling bestaat uit de gedragstherapeutische behandeling van dwang gecombineerd met aanpassingen voor autisme.
3.3.1 Startfase
- Uitleg van de behandeling
- Inventarisatie van de dwangklachten
- Keuze van eerste werkdoel(en)
- Maken van een hiërarchie of stappenplan
- Aanleren van angstcoping: hoe leer je om angst te verdragen; bijvoorbeeld door afleiding te zoeken, door ontspanning (ademhaling, zuchten), of door vrienden op te zoeken.
Aanpassingen voor autisme
Bij dwang gecombineerd met autisme zijn aanpassingen nodig:
- Als iemand niet genoeg inzicht heeft in het probleem, dan zijn de ouders of partner nodig om samen de werkdoelen te bepalen.
- Als iemand snel het overzicht verliest, dan is het nodig kleine overzichtelijke werkdoelen te maken.
- Als iemand weinig voorstellingsvermogen heeft, dan is het nodig concrete oefeningen te laten ervaren en zo snel mogelijk te beginnen.
Hele kleine stapjes
Bij patiënten met de combinatie dwang en autisme zijn hele kleine stapjes nodig. Het meisje in het voorbeeld zat ook de hele dag met haar handen naar rechts. Als ze dit niet deed, zou het niet goed met haar aflopen dacht ze. Als de therapie zich richt op handen naar links houden, kan ook dit weer een ritueel worden. Daar moet de therapeut op bedacht zijn. Het juiste doelgedrag is in dit geval van je houding een rommeltje maken. Om de gedachten in je hoofd tot rust te brengen, bijvoorbeeld bij een telritueel, kan de patiënt hardop songteksten gaan zingen tijdens een moeilijke oefening.
3.3.2 Eerste oefeningen
- Start met oefenen en hou de oefening vol tot je niet meer angstig bent
- Neem dan de volgende oefening uit de hiërarchie
- Gebruik een angstthermomenter om de mate van je angst aan te geven
- Leer nieuwe angstcoping om je angst te kunnen verdragen.
3.3.3 Latere oefenfase
In een latere oefenfase kunnen zich problemen voordien die enige aanpassing vergen.Bij gedragstherapie kan het bijvoorbeeld langer duren voordat de angst gezakt is; of dat je nieuw gedrag moeilijker aanleert en langzamer inslijt. De aanpassing is dan: meer tijd nemen om de hiërarchie ‘af te werken’ en hulp blijven vragen en ontvangen.De cognitieve therapie kan bijvoorbeeld minder diepgaand maar concreter worden. De aanpassing is dan: je meer richten op het structureren, uitzoeken van feiten, formuleren van helpende gedachten en van motiverende ‘sloguns’.
3.3.4 Consolidatiefase
* Zorg dragen voor behoud van het geleerde.
* Bij spanning neemt de dwang toe. Daarom is het van belang te werken aan preventie van terugval.Aanpassingen voor autisme
Specifieke spanningsvoorspellers samen opsporen.
Resterende hinderlijke autistische rituelen: beperken in plaats en tijd of vervangen.
3.3.5 Samenvattend, hoe is autisme met dwang succesvol te behandelen?
- De therapeut moet bekend zijn met autisme
- Er moet een goede samenwerking zijn met de ouders
- Sociotherapeuten bieden hulp bij de oefeningen
- Er wordt meer tijd uitgetrokken voor de behandeling en de doelen worden lager gesteld.

Carolien Gevers over autisme met angst
4.1 Angst
Als hun kind angstig is, hebben ouders vaak de neiging om het kind juist extra te beschermen. Terwijl voor angsten in het algemeen de volgende behandeling geldt: om de angst te overwinnen is het nodig de angstige situatie juist aan te gaan, negatieve gedachten om te zetten in positieve gedachten en ontspanningsoefeningen te doen. Bij kinderen kan dit op een speelse manier aangepakt worden door bijvoorbeeld gedachtewolkjes te gebruiken. Eerst gevuld met negatieve gedachtes en daarna met positieve gedachtes.
4.1.1 Gedachtewolkjes
Enge gebeurtenis
Er was onweer toen we aan het paard rijden waren.
Wat deed ik toen?
Ik raakte in paniek !!!!!
Mijn gevoel
Bang.
Ik dacht:

Wat kan ik beter bedenken?
Wat zou ik tegen een bang vriendinnetje zeggen?
Het onweer is ver weg. Trek je teugels strak. Denk maar aan je verjaardag. Gewoon rijden joh!
4.1.2 Goede afloop bedenken
Situatie
Ik heb morgen een toneeluitvoering.Goede afloop
Het zal wel goed gaan. Ik heb zo goed geoefend!
(en niet: ik ga af en iedereen lacht me uit)Situatie
Ik ga bij een vriendinnetje eten.Goede afloop
Het eten is vast lekker. Misschien krijg ik wel een lekker toetje.
(en niet: ik krijg vast voedselvergiftiging, het is vast vies)Situatie
Ik heb een eng boek gelezen. Ik durf niet te gaan slapen.Goede afloop
Het is maar een boek. Iemand heeft het bedacht. Dat kan helemaal niet echt gebeuren.Situatie
Ik wil een kopie maken. Maar ik weet niet hoe het kopieer apparaat werkt.Goede afloop
Ik probeer het eerst zelf. En anders vraag ik het aan de hulpmeester. Hij vindt dat vast niet erg. Want hij is altijd heel aardig.
4.1.3 Angsttrap
Vind je iets zo ‘allerengst’ dat je het niet durft. Deel het dan op in stappen. En oefen eerst wat je niet zo eng vindt. Durf je dat, dan ga je weer een treetje hoger. Tot je alle treetjes van de trap durft.
4.1.4 Experiment
Ik ga een gedachte testen waar ik bang van word. Ik ga kijken of waar ik bang voor ben ook echt uitkomt !!!!!Enge gedachte
Als ik dicht langs een hond loop, dan gaat hij me bijten.Helpende gedachte
Als ik dicht langs een hond loop, dan snuffelt hij een beetje aan me. Of hij staat gewoon wat te kijken en te kwispelen. Dat bedoelt hij lief.Hoe ga ik dit testen?
Ik ga met mama naar het park. En als ik een hond zie, dan neem ik niet een andere weg, maar ik loop er langs. Ik kijk goed wat hij doet. Hoe vaak snuffelt hij ergens aan en waaraan?Resultaat
De hond ging aan een struik snuffelen en toen aan een drolletje.
4.2 Autisme met angst
Voor angst gecombineerd met autisme geldt:
- De patiënt herkent zijn eigen angsten niet.
- De patiënt kan zijn angst niet goed verwoorden. Praten over díngen gaat beter dan over gevoelens.
- De beleving van de patiënt is vaak anders.
Kinderen en volwassenen met autisme kunnen van veel verschillende soorten angst last hebben:
- Gewone angsten zoals liftfobie, of vliegangst.
- Specifieke angsten zoals voor nieuwe dingen, vreemde mensen, harde geluiden, of drukte.
- Bizarre angsten zoals voor fantasiefiguren, robots, monsters, geraamtes, gedrochten, of science fiction poppetjes; of zij horen stemmen, of zien beelden.
Iemand met sociale angst is bang in sociale situaties. Een patiënt met autisme en angst kan ook bang zijn voor sociale situaties. Niet vanwege de mensen, maar vanwege bijvoorbeeld de drukte en het geluid. De patiënt is moeilijker in staat om dit aan te geven. Een fascinatie voor iets dat in beginsel als prettig wordt ervaren, zoals een robot bij kinderen, kan omslaan in angst.
4.3 Casus
Een 8-jarige jongen heeft de diagnose PDD-NOS en separatieangst. Zijn klachten zijn heftige separatie angsten en extreme paniekaanvallen met spugen, clownesk gedrag, of woedebuien. Bangmakers zijn voor hem het naar de kinderopvang gaan, op schoolkamp gaan en pestende kinderen.
4.3.1 Psycho educatie
Angst en woede worden vaak ontkend. Daaraan kun je werken met plaatjes en verhalen van andere kinderen die soortgelijke dingen meemaken. Het kind zegt dan op een gegeven moment: "Hé, dat heb ik ook". Op deze manier is het voor een kind minder bedreigend. Korte boodschappen werken veel beter. Het is van belang geen discussie aan te gaan.Je kunt een heel eenvoudige angstthermometer gebruiken met drie standen voor situaties die een beetje angstig, matig angstig of erg angstig maken. Vaak zijn de ouders nodig om dit in kaart te brengen.
4.3.2 Drie G schema
| gebeurtenis |
gedrag |
gevolg |
Denkend aan schoolkamp:
Ik krijg heimwee.
Ik ga spugen. |
Vol gevoel krijgen.
Paniek maken met spugen.
|
Vermijden,
dus thuis blijven. |
4.3.3 In plaats van cognitieve training
Cognitieve training om gedachten bij te sturen en om te zetten, werkt vaak niet (behalve bij mensen met de diagnose Asperger). Patiënten raken snel verstrikt in hun eigen gedachten. Wat wel blijkt te werken is:
- Aandacht van angstige of irriterende prikkels verschuiven of uitbreiden naar positieve prikkels.
- Aandacht- of concentratieoefeningen uitvoeren, zoals 3 minuten ademruimte, kijken zonder mening, of 1 ding tegelijk doen.
- Ontspanningsoefeningen doen.
4.3.4 Kijken zonder mening te geven (voorbeeldoefening)
Kinderen die geen "Baas over eigen Bedenksels" zijn, hebben vaak snel ergens een mening over. Ze vinden het heel moeilijk om naar dingen te kijken zonder een mening te hebben. Een typische MCDD reactie is angstig fantaseren in plaats van kijken hoe het echt is. Bijvoorbeeld wanneer iemand op het schoolplein naar ze staat te kijken, hebben ze onmiddellijk het idee dat die persoon een hekel aan ze heeft. Daarom gaan we nu een oefening doen in kijken zonder een mening te geven, of er dingen bij te verzinnen.Oefening in kijken zonder mening
Je krijgt een plaatje te zien, waar je misschien een mening over hebt. Probeer in plaats van je mening te geven, te vertellen wat je ziet !
Plaatje 1
------------------------------------------------------------------------------------------
------------------------------------------------------------------------------------------
------------------------------------------------------------------------------------------Klopt het wat je hebt verteld, of heb je het verzonnen ?
------------------------------------------------------------------------------------------
------------------------------------------------------------------------------------------
------------------------------------------------------------------------------------------
Het verhaal van de patiënt
“Het is een foto van een museum roof. Een meesterdief heeft de gouden bal met de magische krachten gestolen. Maar hij komt niet ver, want hij wordt gedood door de bewaker met het laserwapen. Hij valt bloedend neer, hij vecht terug, beng, getjenk overal bloed (wordt drukker, schreeuwt, maakt vechtbewegingen).”Toetsing
Kunnen anderen (ouders) zien wat de patiënt ziet ?
De patiënt het verschil laten ervaren tussen fantasie en realiteit !
4.3.5 Aandachtsoefening
Loop oefening, concentreren op je stappen.En dan volgt de exposure bij gedragstherapie:
- Oefenen met een eenvoudiger angsttrap en kleinere stapjes nemen.
- Beloning laten aansluiten bij je interessegebied
- En…… soms toch iets vermijden als je echt overprikkeld raakt of er overgevoelig voor bent !

Overige presentaties autisme angst en dwang