ADF stichting
ADF
 
Geschiedenis


 De ADF-stichting is opgericht in 1968 door Marina de Wolf-Ferdinandusse. Zij leed zelf aan een paniekstoornis en ondervond dat er geen goede hulp was. Ze werd van het kastje naar de muur gestuurd.

Lotgenotencontacten
Marina de Wolf voelde zich betrokken bij diegenen die ook leden aan angststoornissen en vond dat er nodig wat gedaan moest worden aan de verbetering van de hulpverlening en aan de doorbreking van het taboe rondom angsten. Zij werd daarbij geïnspireerd door een Engelse patiëntenorganisatie waar mensen elkaar ondersteunden door tips en ervaringen uit te wisselen. Zo ontstonden hier de lotgenotencontacten. 



Betere behandeling
Veertig jaar geleden was er weinig kennis over angststoornissen en waren er nauwelijks behandelingsmogelijkheden. Mede door de strijdlust van Marina de Wolf, de steun van duizenden lotgenoten en de inzet van vele onderzoekers en behandelaars hebben angststoornissen meer aandacht gekregen en is de diagnostiek en behandeling sterk verbeterd. Angststoornissen verkeren minder in de taboesfeer en worden daardoor beter herkend en erkend.
Het Marina de Wolfcentrum (
www.marinadewolfcentrum.nl) is een bovenregionaal behandelcentrum voor behandeling van angst, fobie en dwangklachten waar de ADF stichting een samenwerkingsverband mee heeft. Dit centrum is naar Marina de Wolf vernoemd omdat zij zich zo heeft ingespannen om een goede behandeling toegankelijk te maken voor mensen met angst- en dwangstoornissen.

Het begin: De Fobieclub

In 1967 begonnen twee dames in ons land de Fobieclub. Ze waren op het idee gebracht door de Engelse journaliste mevrouw Neville, die 2 jaar eerder in haar land een club voor fobice oprichten onder de naam "The open door"
Bedoeld om contacten te leggen tussen mensen met fobieën en angsten-voor-zichzelf.
De Nederlandse initiatiefneemsters, de dames De Wolf en Timmers, waren beiden fobiepatiënt en ook zij begonnen met contacten leggen tussen lotgenoten. Achttien jaar bestaat de fobieclub dus al. Mevrouw Timmer is na een paar jaar gestopt, de club werd later een stichting en mevrouw de Wolf is nu directeur. In al die jaren is contact gelegd met meer dan 35.000 duizend fobici.
Wat doet de fobieclub allemaal? Over veel van de werkzaamheden heb u in verschillende hoofdstukken al kunnen lezen. De club geeft een blad uit, Fobie-Vizier, waarin artikelen worden geschreven over het ontstaan en behandelen van fobieën. Verder is de club betrokken bij het opzetten van zelfhulpgroepen. Bovendien adviseert ze bij het zoeken naar hulp. Clubleden (maar ook zij die dat niet kunnen) kunnen een beroep doen op de uitgebreide kaartenbak met namen en adressen van hulpverlenende instanties en personen.
Iedereen die contact opneemt met de Fobieclub krijgt een informatiebrochure thuisgestuurd. De kosten daarvan; 5 gulden, maar wie besluit geen lid te worden kan het blad ook weer terugsturen.
Wie lid wordt kan kiezen uit een aantal mogelijkheden: gewoon lidmaatschap, zonder contactblad (kosten 10 gulden per jaar) of een lidmaatschap met een abonnement op Fobie-Vizier (35 gulden per jaar)
In het contactblad schrijven ook leden, over de wijze waarop zij hun angsten beleven en over oplossingen die ze hebben gevonden. Of ze doen oproepen om met anderen in contact te komen.
De Fobieclub organiseert tweemaal per jaar een clubweekend (meestal in een hotel in Bergen). Daar kunnen fobici elkaar ontmoeten en ervaringen uitwisselen.
De Fobieclub probeert ook zoveel mogelijk aandacht te besteden aan de omgeving van de man of vrouw met een fobie. Want uit alle contacten is gebleken dat de partner en de directe familie van groot belang zijn bij de verwerking en de genezing van de fobie.
Vaak blijkt bij partners en familieleden een gebrek aan kennis over fobieën en de neiging om alles als "aanstellerij"af te doen. Juist omdat veel partners te kennen hebben gegeven daadwerkelijk mee te willen werken aan de behandeling en de genezing, vormt dat zo'n een belangrijk onderdeel van het werk van mevrouw de Wolf en haar medewerksters.
Zij legt er ook graag de nadruk op dat iedereen bij de Fobieclub terecht kan als hij een klacht heeft over een behandeling. Niet omdat mevrouw de Wolf zo graag alle hulpverleners wil controleren, maar omdat ze kan adviseren hoe problemen kunnen worden opgelost en welke anderen mogelijkheden er zijn.
Dat de club zo goed draait en voor veel fobische mensen van groot belang is, komt waarschijnlijk doordat mevrouw de Wolf zelf fobiepatiënt is geweest en dus alle problemen en moeilijkheden begrijpt. Met veel van die problemen heeft zij immers zelf te maken gehad.
Tot slot nog een paar cijfers uit het notitieboekje van mevrouw de Wolf. Van de 35.000 fobici die de club "passeerden"bleek 60% een agorafobie of een sociale fobie te hebben. Ruim 10% zat met smetvrees of een dwangneurose en de overige 30% had last van ziekteangsten, hoogtevrees, watervrees, liftvrees, angst voor onweer, storm en dieren en overige enkelvoudige fobieën.
En onder al die fobici bevinden zich heel wat kinderen, want ook die kunnen er veel last van hebben.
Een vervolgens mevrouw de Wolf onderschat probleem is het aantal kinderen met schoolangst.
Een niet eenvoudige angst voor een repetitie, maar de voortdurende angst om naar school te gaan.
Tenslotte de samenvatting van wat mevrouw de Wolf als een van haar belangrijke taken ziet "een luisterend oor bieden aan alle fobici" 

 Bron: Over angsten en fobieën door Hans Sleeuwenhoek. uitg. kampen 1986.

 
Disclaimer