Visie hyperventilatie en angst

Eerst dacht men dat hyperventilatie een van de belangrijkste oorzaken was van paniek.  

Waarom is men van mening veranderd? 

  • Veel paniekaanvallen bleken niet met hyperventilatie gepaard te gaan; 
  • Hyperventilatie blijkt vaak niet te leiden tot, of samen te gaan met panieksensaties; 
  • Daling van het CO2 gehalte (koolstofdioxide; een kenmerk van hyperventilatie) bleek niet specifiek te zijn voor paniek. 
  • Toediening van extra CO2 kan ook leiden tot paniekaanvallen; 

In experimenten waarin men ‘panieksensaties’ opriep bij gezonde proefpersonen (soms met behulp van acidose of alkalose)  bleek dat niet de sensaties, maar de interpretaties van die sensaties bepaalde, of men deze als angstwekkend of niet ervoer.  

De huidige visie is daarom dat de angstgedachten die men heeft de motor zijn achter het paniekgevoel en niet de lichamelijke sensaties op zich.
Wanneer de catastrofale interpretaties niet incidenteel zijn, maar chronisch, kan een paniekstoornis ontstaan. 
De aanpak richt zich daarom op het corrigeren van de angstgedachten. 

Referenties waar een en ander is na te lezen

  • S. Rachman (1998). _Anxiety (blz. 106). _East Sussex: Psychology Press 
  • D.A. Clark & A.T. Beck (2010). _Cognitive therapy of anxiety disorders. Science and practice (hfst 8). _New York: The Guilford Press. 
  • Hout, M. van den (2010b). Een vermetel experiment in 1967. In: A. Jansen, M. van den Hout & H. Merckelbach (red.), Gek: experimentele psychopathologie.