Aanpak agorafobie (straatvrees)

U kunt een lijst maken van situaties die u beangstigen (bijvoorbeeld autorijden, winkel, theater) Er is ook een formulier waarop veel voorkomende situaties staan en waarbij u kunt aanvinken welke situaties u vermijdt of die bij u angst oproepen.

Omstandigheden in kaart brengen

  • U kunt dan bijvoorbeeld het rijden op de snelweg onderverdelen in etappes, waarbij de kleinere afstand tot huis minder beangstigend is. Of de plek in een bioscoop kan invloed hebben op de mate waarin u angst ervaart (bijvoorbeeld achteraan).
  • U gaat dan een hiërarchie aanbrengen van situaties die u het minst tot het meest angstig maken. U geeft dan een cijfer van 0 tot 10 voor het angstniveau dat ontstaat.
  • Dan gaat u oefenen door te beginnen de situaties die u het minst angst inboezemen op te zoeken met korte pauzes tussen elke keer dat u oefent.In kaart brengen welke ‘veiligheidsmiddelen’ u gebruikt. Dit kunnen bijvoorbeeld telefoons, zonnebrillen, papieren zakjes (om in te ademen) zijn. Deze dingen kunt u ook opnemen in uw lijst van situaties om te oefenen.
  • U kunt dan de eerste keer met mobiele telefoon een stukje auto gaan rijden en daarna bijvoorbeeld zonder hulpmiddel.
  • Ook afleidingen werken op den duur angst bevestigend in plaats van angst verminderend. Bijvoorbeeld wegkijken van het voorwerp dat angst oproept.
  • Objectief naar uzelf leren kijken in situaties: ‘ ik sta in de lift, ik voel dat hij beweegt, de kleur van de liftdeur is blauw, ik voel mijn hart snel kloppen en ik voel angst’. In plaats van subjectieve zelfgerichtheid: ‘ik voel mijn hart bonken, het gaat verkeerd, ik moet hier weg.’


Bron: naar: Angst en paniek; Barlowe en Craske; www.nieuwezijds.nl