Vormen van angststoornissen en fobieën
Angststoornissen en fobieën kunnen veel verschillende uitingsvormen hebben. Op deze pagina hebben we verschillende vormen op een rij gezet.
Let op! Dit overzicht is niet volledig. De pagina is in ontwikkeling en wordt nog verder aangevuld.
Fobieën
Er zijn veel verschillende soorten fobieën. Hieronder hebben we een aantal fobieën voor je op een rij gezet.
Angststoornissen
Er zijn veel verschillende soorten angststoornissen. Hieronder hebben we een aantal veel voorkomende angststoornissen voor je op een rij gezet.
Pleinvrees (agorafobie)
Vermijd je het liefst drukke winkels? Raak je in paniek in een volle bus, tram of metro? Of voel je paniek opkomen op drukke snelwegen? Dan heb je mogelijk plein- of straatvrees (agorafobie). Het is een paniekstoornis, die in dergelijke situaties grote angst en stress oproept. Plein- of straatvrees is afgeleid van het Griekse woord agorafobie. ‘Agora’ betekent plein en ‘fobos’ betekent vrees. Pleinvrees kan ook inhouden dat je angst hebt om je veilige plek, zoals je huis, te verlaten.
Heb je last van plein- of straatvrees, dan kun je last hebben van de volgende geestelijke en lichamelijke reacties. Ook kan pleinvrees samengaan met het krijgen van paniekaanvallen.
Lichamelijke angst kan leiden tot vervelende, maar ongevaarlijke verschijnselen:
- Hartkloppingen
- Transpireren
- Trillen of beven
- Benauwdheid
- Tintelingen
- Opvliegers of koude rillingen
- Duizeligheid
- Misselijkheid
- Pijn op de borst
De geestelijke symptomen van plein- of straatvrees geven je het gevoel dat er iets vreselijks gebeurt.
- Je voelt je onwerkelijk
- Je hebt het gevoel dat je buiten jezelf staat of flauw valt
- Je bent bang om de controle over jezelf te verliezen
- Je bent bang dat je gek wordt of dood gaat
Oorzaken
Pleinvrees kan ontstaan na een emotionele gebeurtenis, die zowel negatief als positief kan zijn. Bijvoorbeeld: De dood van een ouder, een echtscheiding, een bruiloft of de geboorte van een kind. De stoornis begint meestal zo rond je twintigste jaar. Toch hoeft er niet altijd een aanwijsbare reden te zijn voor het ontwikkelen van pleinvrees.
Sociale angst (anthropofobie)
Ben je bang dat iedereen negatief over je denkt? Zie je bijvoorbeeld enorm op tegen een belangrijke vergadering, omdat je bang bent dat je dichtklapt als iemand je aanspreekt? Dan heb je mogelijk sociale angst (anthropofobie). Die angst komt op als je bijvoorbeeld op visite gaat, een toespraak houdt, in gezelschap eet, een handtekening zet, een examen doet of moet optreden (podiumvrees).
Ben je bang voor één zo’n situatie, dan noemen we dat een specifieke sociale angst. Ben je bang in allerlei situaties met mensen, dan wordt het een ‘algemene (generaliseerde) sociale angst’ genoemd. Soms is die angst zo sterk dat het je leven bepaalt, tijdens het werk en in je vrije tijd. In dat geval spreken we van een sociale fobie of een sociale angststoornis.
Heb je last van sociale angst, dan ben je vaak onzeker over jezelf en ben je bang dat anderen je misschien niet aardig of interessant vinden. Dit kan leiden tot lichamelijke spanningen:
- Trillen
- Blozen
- Zweten
- Dichtklappen
- Je waardeloos voelen
Sociale angst zorgt ervoor dat je de neiging hebt om situaties uit de weg te gaan. Als het niet lukt om die situaties te vermijden, voel je je meestal erg angstig en gespannen. Tegelijkertijd heb je vaak wel het besef dat je angstige reactie ‘overdreven’ is. Sociale angst kan samen gaan met gevoelens van schaamte.
Oorzaken
Er is nog geen eenduidig antwoord op de vraag hoe het komt dat iemand sociale angst ontwikkelt. Wel is bekend dat (de combinatie van) erfelijkheid en omgevingsfactoren (wat iemand meemaakt in het leven) een rol kunnen spelen. Maar het is niet zo dat iedereen die genetische aanleg heeft voor een angststoornis dit ook daadwerkelijk ontwikkeld. En dat geldt net zo voor de omgevingsfactoren; niet iedereen die ernstige dingen meemaakt, ontwikkelt een angststoornis. Er wordt hier nog volop onderzoek naar gedaan. Wel weten we dat in tijden van spanning en stress sociale angst op kan spelen.
Verlatingsangst (isolofobie)
Bij verlatingsangst gaat het om de angst verlaten te worden door de mensen van wie je houdt: je ouders, je partner, je kinderen of iemand die je heel nabij is. Zonder dat daar echt reden toe is, piekeren mensen met verlatingsangst (isolofobie) dat ze in de steek worden gelaten, worden bedrogen door hun partner of worden verlaten door hun vrienden. Als die gedachten steeds weer terugkeren, je leven en gedrag gaan bepalen, dan is er sprake van verlatingsangst.
Kinderen
Bij baby’s vanaf ongeveer 6 maanden is verlatingsangst een normale stap in de emotionele ontwikkeling. Als een kind ouder wordt, leert het dat ouders ook weer terugkomen als ze even weg zijn geweest. Wordt het zelfvertrouwen onvoldoende opgebouwd, dan leert het kind niet om afstand te nemen.
- Kinderen kunnen nachtmerries hebben.
- Totaal overstuur raken als de ouders of verzorgers er niet zijn.
- Buitensporig bang zijn dat een van hen iets overkomt.
- Niet willen slapen, spelen, etc. als de ouder er niet bij is.
Volwassenen
Volwassenen met verlatingsangst kunnen de volgende klachten en symptomen hebben:
- Extreme gevoelens van jaloezie.
- Continue behoefte aan bevestiging van je partner.
- Grote angst dat de ander je verlaat of dat diegene iets overkomt.
- Angst om alleen te zijn of alleen iets te ondernemen.
- Nachtmerries (dat je verlaten wordt).
- Moeite met het aangaan van betekenisvolle relaties (‘hij of zij laat me toch in de steek’).
Oorzaken
Kinderen
Soms kan verlatingsangst ontstaan door een onveilige hechting in de kindertijd: de ouders waren onvoldoende aanwezig of bereikbaar, er zorgden te veel verschillende personen voor het kind of er was sprake van verwaarlozing of mishandeling. Bij kinderen speelt hun grote afhankelijkheid een rol: als zij niet weten op wie zij kunnen steunen, dan geeft dat emotionele onzekerheid die als verlatingsangst doorwerkt in de volwassenheid.
Volwassenen
Bij volwassenen kan de verlatingsangst plotseling opduiken na een ingrijpende ervaring, zoals het bedrog van een partner. Ook kan verlatingsangst voorkomen in combinatie met bijvoorbeeld Autisme, Borderline en verschillende angststoornissen. Het staat dan niet op zichzelf, maar is dan onderdeel van een samenspel van verschillende factoren. Ook kan het zo zijn dat er geen aanwijsbare reden voor de verlatingsangst kan worden gevonden. Daarnaast is er ook een vorm van OCD waarbij verlatingsangst een rol kan spelen en waarbij obsessieve zorgen over je relatie centraal staan. Dit noemen we Relatie OCD.
Ziektevrees of ziekteangststoornis (hypochondrie)
Maak je je vaak ernstige zorgen over je gezondheid? Denk je bij elk pijntje of elke kleine verandering dat er iets heel ernstig mis is met je lichaam? Of zelfs dat deze signalen zouden kunnen wijzen op een dodelijke ziekte? Dan heb je misschien last van een ziekteangststoornis.
Mensen met hypochondrie ervaren ernstige onrust die veel impact heeft op hun leven. Doordat je je zo angstig voelt kan het zijn dat je geruststelling probeert te zoeken. Je gaat bijvoorbeeld vaker dan nodig bij de huisarts op bezoek, je vraagt steeds opnieuw telefonisch overleg met de assistente of je wilt je laten doorverwijzen naar een specialist, ook al vindt de huisarts dit niet nodig. Mensen met hypochondrie gaan ook geregeld zelf op zoek naar informatie op internet. Dit zorgt er meestal juist voor dat je onrust toeneemt, omdat het internet vol staat met informatie die je angsten juist triggert. Wanneer je last hebt van hypochondrie werkt geruststelling vaak maar tijdelijk, of zelfs helemaal niet, omdat je er niet meer op durft te vertrouwen ‘dat het wel goed zit’. Het kan zelfs zover gaan dat je het oordeel van de artsen niet meer vertrouwt.
De last die je van hypochondrie kunt ondervinden wordt soms weleens onderschat. Mensen kunnen bijvoorbeeld reageren met: “Maar je hebt toch geen ernstige lichamelijke aandoening, waar maak je je dan druk om?”. Belangrijk om hierbij te vermelden is dat hypochondrie, net als andere angststoornissen, een ernstig aandoening is die je leven zeer kan beheersen en waar je écht onder kunt lijden.
Oorzaken
Soms komt het voor dat je hypochondrie kunt ontwikkelen na het meemaken van een ernstige ziekte. Bijvoorbeeld wanneer je zelf ziek bent geweest en dit impact heeft gehad op je gevoel van vertrouwen in het leven. Het kan ook voorkomen dat je een naaste hebt verloren aan een ernstige ziekte en dat dit zorgt voor het ontwikkelen van angsten over je eigen gezondheid. Hypochondrie kan ook op zichzelf staan, of onderdeel zijn van andere angstklachten.
Wanneer je last hebt van hypochondrie, kan het ook nuttig zijn om de pagina over OCD te bekijken. Hypochondrie en OCD hebben veel overlap. Hypochondrie kan ook samengaan met smetvreesklachten, met een verhoogd en obsessief bewustzijn van je lichaam en (het obsessief scannen van) lichaamssignalen.
Luistertip | Podcasts ‘Hypochondrie’ met klinisch psycholoog Sako Visser en ervaringsdeskundige Twan
Andere aandoeningen die overlap hebben met angststoornissen en fobieën
Angststoornissen en fobieën kunnen overlap vertonen met andere aandoeningen en kunnen ook gelijktijdig optreden naast andere aandoeningen. Hieronder vind je een overzicht van aandoeningen die een relatie kunnen hebben met angst- en fobieklachten.
Waar PTSS eerder onder de ‘angststoornissen’ viel (in de DSM-4) is dat nu ( in de DSM-5) niet meer het geval. PTSS valt nu officieel onder ‘psychotrauma- en stressorgerelateerde stoornissen. PTSS kun je ontwikkelen na het meemaken van een ernstige gebeurtenis, die je niet goed hebt verwerkt. Zoals een ongeluk, ernstige ziekte of overlijden van iemand die belangrijk voor je is, seksueel misbruik, lichamelijke of geestelijke mishandeling, oorlogsgebeurtenissen, natuurrampen of andere ernstige gebeurtenissen. Lees verder over PTSS
De dwangstoornis wordt in het Nederlands ook wel Obsessief Compulsieve Stoornis (OCS) genoemd, maar ook de Engelse term Obsessive Compulsive Disorder (OCD) is bekend. Angst- en dwangstoornissen kunnen soms veel op elkaar lijken en ook overlap vertonen. Dit kan verwarrend zijn. Twijfel je of heb je hulp nodig? Neem contact op met je huisarts of GGZ-deskundige. Psychische aandoeningen passen niet altijd in afgebakende ‘hokjes van zwart of wit’, maar bestaan vaak uit een mix van ‘grijstinten en nuances’. Het is dan ook niet vreemd wanneer je symptomen uit meerdere ‘hokjes’ herkent. Deze informatie kan soms zelfs helpend zijn. Zo kan een gegeneraliseerde angststoornis bijvoorbeeld veel op een dwangstoornis lijken en kan een ziekteangststoornis ook onderdeel zijn van iemands dwangstoornis. De juiste invalshoek helpt verder! Lees verder over dwangstoornis
Het hebben van langdurige, overmatige angstklachten kan veel impact hebben op je leven en op hoe je je voelt. Wanneer je je doorlopend somber voelt, minder kunt genieten van dingen, je vaak vermoeid, leeg of lusteloos voelt, dan kan het zijn dat je last hebt van een depressie. Een depressie en angstklachten kunnen samen voorkomen. Depressies kunnen soms veroorzaakt worden door een angst-, dwang- of posttraumatische stressstoornis. En andersom kan het ook voorkomen dat een periode van langdurige depressie leidt tot gevoelens van angst. Lees verder over depressie
Angstklachten, verslavingen en middelengebruik kunnen samen voorkomen. Dit geldt ook in combinatie met dwangklachten, PTSS en depressie. Wanneer je last hebt van ernstige angstklachten, nare gevoelens of onrust kan het onderdrukken van deze gevoelens door alcohol of drugs een uitweg lijken. Andersom kan het gebruik van alcohol en drugs ook angsten veroorzaken. Wanneer je een verslaving hebt en stopt met het gebruik van bepaalde middelen kan ook dit angsten oproepen. Lees verder over verslaving en middelengebruik
Verder lezen
Bekijk hier een overzicht van de bronnen die wij gebruikt hebben voor bovenstaande informatie.

